5 tips voor een goede volte

Laatst hoorde ik tijdens een willekeurige les “houd je buitenteugel goed kort en vouw het paard om je binnenbeen”.

Ik vond dit een tegenstrijdig advies. De volte kan een wondermiddel zijn voor de gymnasticering van het paard, wanneer het tenminste goed wordt uitgevoerd. Daarom hierbij vijf tips voor een goede volte.


1. Besef dat het moeilijk is

De eerste echte oefening in de opleiding van het paard is in feite de volte, hiermee begint het rechtrichten. Hiervoor heeft het paard als het goed is wel geleerd om de LVO houding (lengtebuiging, voorwaarts neerwaarts en ondertreden) aan te nemen, maar nu valt het samen en wordt het door de beweging dynamisch en dus moelijker.

Door de scheefheid van het paard (zie gymnastiseren) is het voor het paard moeilijk om de juiste buiging in het lichaam aan te nemen. Met als gevolg dat het paard de balans verliest, de benen ongelijk belast en hierdoor ook de rug en nek verkeerd aanspant. Het is vaak geen onwil van het paard wanneer het van een volte een ei maakt of plots versneld…, het lichaam werkt meestal gewoon nog niet echt mee en wij moeten het paard hierbij helpen in plaats van het nog moeilijker te maken.

Geef het paard de tijd en oefen vooral in het begin niet te lang (max 10 min). De spieren hebben tijd nodig om soepeler te worden. Ook is het aan te raden om het paard eerst vanaf de grond aan te leren om een goede volte te lopen. Later kan dan eventueel ook een helper vanaf de grond assisteren tijdens het rijden van de volte.


2. Denk aan het beeld van een goede volte

Hoe ziet het lichaam van een paard eruit wanneer het een goede volte loopt? Wanneer jij het beeld niet helemaal helder hebt is het moeilijk om het op het paard over te brengen. Zorg er dus voor dat jij het beeld helder hebt en blijf het tijdens het oefenen ook steeds voorstellen en checken.

Wanneer het paard op de juiste manier een volte loopt dan:

  • maakt hij een ronde cirkel… en dus geen ei en kom je uit op de plek waar je begonnen bent
  • bewegen alle vier de benen in de richting van het spoor van de volte
  • verkort het de spieren aan de binnenkant van het lichaam (holle kant) en draait het paard wat in zijn ribbenkast
  • verlengt het de spieren aan de buitenkant van het lichaam (bolle kant)
  • stapt het met het binnenachterbeen onder het zwaartepunt en daardoor komt de binnenheup wat naar voren
  • doordat het binnenachterbeen het paard beter ondersteund,  krijgt het paard meer vrijheid in de buitenschouder

3.  Beweeg jouw lijf zoals je wil dat het paard zijn lijf beweegt

Of je nu rijdend de volte uitvoert of terwijl je naast het paard loopt, jouw lijf moet ook in de schouders en heupen buigen net zoals het lijf van het paard. Ook je zwaartepunt en balans moeten goed zijn, net zoals dat van het paard.

Geef dus als het ware het goede voorbeeld aan het paard en neem zelf eerst de juiste houding aan, zodat het paard zich hieraan kan aanpassen. (zie hiervoor ook: ‘hoe zit het nu met de zit?)

* Een goede oefening hierbij kan zijn om de volte zelf eens te lopen zonder paard. Houd daarbij je armen alsof je teugels vast hebt. Maak de volte zo rond mogelijk.
Merk je dat je schouders en je heupen draaien? Om verder te experimenteren kun je ook eens proberen hoe het voelt als je je schouders of heupen niet draait of juist naar buiten draait…


4. Corrigeren wanneer uit balans

Vooral in het begin valt je paard vanwege de scheefheid snel uit balans en dien je telkens correcties uit te voeren om de balans te herstellen

Paard valt over de buitenschouder (volte wordt hierdoor groter en het buitenvoorbeen ‘wijst’ naar buiten)
– Check of je niet teveel stelling vraagt
– Verklein doormiddel van de binnenteugel de volte of wendt af
– Denk daarbij ook aan je eigen houding
– Gebruik eventueel de buitenteugel om de buitenschouder weer wat naar binnen te plaatsen

Paard valt over de binnenschouder (volte wordt hierdoor kleiner)
– Vraag eventueel wat meer stelling
– Geef een ophouding op de binnenteugel (kort wat omhoog) en plaats daarmee het paard wat naar buiten

Paard versnelt
– Gebruik halve ophoudingen om het paard af te remmen of desnoods een hele ophouding, wanneer het paard niet voldoende op de halve ophoudingen reageert.

Door de volte als het ware in vieren te verdelen en ieder kwart van de volte weer opnieuw in te zetten zorg je ervoor dat je consequent de hulpen inzet en het paard beter in balans blijft.

Ook kun je als extra hulp een pion in het midden van de volte zetten zodat je een punt hebt om je op te richten.


5. Gebruik de binnen- en buitenteugel op de juiste manier

De functies van de teugels zijn verschillend. In het algemeen geldt: wanneer je vraagt met de teugels en het paard nageeft, geef jij direct na.

Daarbij gelden de volgende regels: kort corrigeren, lang loslaten en ‘gevend sturen’ en nooit terugwerken!

Binnenteugel
– In eerste instantie vraag je op de volte met de binnenteugel de buiging (rijdend gebruiken we hierbij uiteraard ook ons zit- en beenhulp)
– Pas als dit goed gaat en je paard heeft geleerd hierdoor te buigen kun je de buitenteugel erbij gaan vragen. Eerder heeft dit namelijk geen nut omdat er toch nog geen correcte buiging is
– Hoort uiteindelijk bij een goede volte…spanningsvrij te zijn en los te hangen

Buitenteugel
– Mag nooit te kort worden gehouden, of terugwerken, want dan kan het paard niet voldoende buigen en daardoor ook niet ontspannen
– Wordt dus pas gebruikt wanneer het paard de hulpen via de binnenteugel begrijpt
– is de belangrijkste teugel deze stuurt het paard uiteindelijk voornamelijk door de wendingen

Het is misschien apart maar door goede voltes, gaat je paard uiteindelijk beter rechtuit!


Zie ook:

– Hoe zit het nu met de zit?
– Wat is lengtebuiging…?

(Visited 899 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *