Hoe beoordeel je het uiterlijk van een paard?

Januari 2017
Mijn paardje is minder goed gebouwd, dat is een punt wat vast staat en ook merkbaar is, in zijn bewegingen en zijn uiterlijk. Natuurlijk doe ik hem voor geen goud weg, maar nu ik me aan het oriënteren ben op een paard erbij wil ik proberen een goed gebouwd paard te vinden met natuurlijke aanleg voor verzameling. Uiteraard moet het paard ook een goed karakter hebben, dat is lastiger te beoordelen dan de uiterlijke kenmerken en komt daarna bij een eventuele kennismaking.

Het is lastig om het uiterlijk van een paard te beoordelen op ‘correctheid’. Na een lange tijd van selectief fokken met paarden staan onze huidige paarden ver af van de oorspronkelijke paarden en zijn er veel verschillende rassen speciaal gefokt voor verschillende disciplines.

Verschillende zaken spelen een rol bij de zoektocht naar een anatomisch correct (rij)paard met natuurlijke aanleg tot verzameling:
– Balans
– Skeletstructuur en hoeken
– Spieren

Ik neem specifieke raskenmerken of geslacht niet mee bij de volgende beschrijvingen, want los hiervan is de balans in een paard belangrijker.

 

Balans in het paard

Met balans in het paard worden de verhoudingen bedoeld. Dus eigenlijk hoe goed de onderdelen van het paard bij elkaar passen. Dit is een heel belangrijk punt bij de beoordeling van een paard omdat het wat zegt over hoe de verdeling van de spieren en het gewicht verdeeld is in het paard. Je kunt stellen, hoe beter de verhoudingen in het paard zijn, des te atletischer het paard is en zichzelf kan dragen, los van de discipline waarvoor het gefokt is. Hieronder een aantal richtlijnen voor de balans:

bron: http://articles.extension.org/pages/72317/judging-horses-conformation-classes  en http://extension.uga.edu/publications/detail.cfm?number=B1400

Vanaf de zijkant. Moet de lengte van de schouder, de rug en de heup zo gelijk mogelijk zijn
Alle witte lijnen (niet de stippellijnen) zouden ongeveer van gelijke lengte moeten zijn. De witte stippe;lijn moet korter zijn dan de paarse stippellijn

 

 

 

 

 

 

 

 

De bovenlijn van de nek moet ideaal gezien 2 keer zo lang zijn als de onderlijn van de nek (2-1 ratio). Zie de rode lijnen
Om genoeg plek te hebben voor alle vitale organen zou de lijn, schoft – buik ongeveer even lang moeten zijn al de lijn, buik – hoef

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verhouding bovenlijn – onderlijn
De bovenlijn van een paard zou bij een goed gebouwd paard altijd korter moeten zijn dan de onderlijn. Een lange bovenlijn wijst erop dat het paard een langere en zwakkere rug heeft. Dit is vaak een probleem want hierdoor is er ook minder bespiering op de rug. Ook maakt een langere rug dat het paard minder gemakkelijk zijn achterbenen onder zijn lichaam kan brengen wanneer het beweegt. Het onderbrengen van de achterbenen geeft het lichaam nu juist kracht en zorgt ervoor dat het paard gemakkelijk voorwaarts kan en wendbaar is.

De bovenlijn van de rug moet korter zijn dan de onderlijn
Voorbeeld van een paard met een lange, zwakkere rug (lijnen zijn bijna even lang)

 

 

 

 

 

 

 

Verhouding heup – schoft
Ook een belangrijk punt in het bepalen van de ‘balans’ in een paard, is de heup en schoft hoogte. Deze zouden ongeveer gelijk moeten zijn. Een paard kan iets ‘bergop’ gebouwd zijn waarbij het in de schoft iets hoger is dan in de heup. Of wat ‘bergafwaarts’ gebouwd zijn waarbij het iets hoger is in de heup dan in de schoft. Is het paard teveel bergafwaarts gebouwd dan zal het paard meer gewicht op zijn voorbenen dragen en daardoor minder wendbaar zijn en minder kracht vanuit de achterhand hebben. Ook kan hierdoor het paard meer kans hebben op blessures in de voorbenen. Let op! Bij jonge paarden is het sowieso lastiger beoordelen, maar vooral de balans in heup – schoft hoogte, want de heup groeit sneller. Een ‘overbouwd’ jong paard kan tijdens het groeien naar volwassenheid dus een betere balans krijgen.

goede balans, heup en schofthoogte zijn bijna gelijk
‘bergafwaarts’ oftewel ‘overbouwd’ paard heup is hoger dan de schoft

 

 

 

 

 

 

 

 

De schouders
De schouders van een paard en dan specifiek de ‘hellingshoek’ van de schouders zijn ook erg belangrijk om mee te nemen in de evaluatie van een paard. De ‘hoek’ van de schouder sluit nauw aan bij andere lichaamsdelen zoals de lengte van de rug en de nek. De ideale hoek van de schouder is ongeveer 45 graden.

 

De hoek van de schouder heeft directe invloed op de paslengte van het paard en de beweging (vloeiend of niet). Een te rechte (steile) schouder zorgt ervoor dat het paard niet zo gemakkelijk zijn voorbenen kan strekken, waardoor de passen vaak kort zijn. Paarden met mooie correct aflopend schouders hebben vloeiende bewegingen en zullen verder kunnen strekken met de voorbenen. Daarnaast zullen paarden met een te rechte schouder vaak een langere rug hebben en een mindere nek.

De hoek van de schouders beïnvloed dus ook het uiterlijk van de nek. Een paard met een steile schouder heeft meestal een kortere nek en dat is nadelig omdat dit de flexibiliteit van de nek weer beïnvloed. Bij voorkeur heeft het paard ook een nek die wat hoger in de borstkas ter hoogte van de schouder aangesloten is, waardoor de hoek van de schouder meer geleidelijk is en de nek verfijnder.

Dit paard vertoont een mooie schuin aflopende schouder
Dit paard heeft een wat ‘steilere’ schouder en ook is te zien dat de nek en rug ratio minder is

 

 

 

 

 

 

 

Hoofd-halsverbinding
Bij de beoordeling van de nek is het ook verstandig om naar de ratio te kijken van de hoofd-halsverbinding. Deze zou eigenlijk ongeveer de helft van de lengte van het hoofd moeten zijn (zie afbeelding hieronder). Wanneer de hoofd-halsverbinding te ‘zwaar’ is, kan het paard moeilijker inbuigen vanaf de atlas en daarnaast ziet her er minder verfijnd uit.

Goede hoofd-halsverbinding. De afstand van de atlas tot de onderkant kaak is ongeveer de helft van de afstand van de atlas tot de mond

 

Achterhand
De bouw van de achterhand zegt veel over de atletische capaciteiten van een paard. Paarden met een natuurlijke aanleg tot verzameling hebben een diepe, ronde achterhand met het kniegewricht direct onder de punt van de heup. Dit maakt dat zij perfect kunnen veren en de gewrichten in het achterbeen optimaal kunnen buigen. Hoe groter het heupbeen, des te meer is het paard in staat om kracht te leveren vanuit de achterhand en zich dus goed vooruit te kunnen bewegen en zich te kunnen dragen.
Het heupbeen zou eigenlijk ongeveer dezelfde lengte moeten hebben als de rug, zoals ook eerder beschreven is hierboven. Het paard moet ideaal gezien een mooie geleidelijk aflopende heup en croup hebben. De hoek van de heup moet ideaal gezien dezelfde hoek hebben als de schouder. Een paard met een te vlakke heup heeft moeite om de achterbenen onder het lichaam te brengen. Een paard met een te steile heup heeft eigenlijk te weinig bewegingsruimte om kracht te geven aan de beweging van de achterbenen. De achterhand moet daarnaast een mooie aansluiting vormen met de bespiering van het bovenbeen.

Het paard links heeft een mooie achterhand met een geleidelijk hoek en mooie lengte van de heup. Het paard rechts heeft een hele korte, rechte heup.

 

 

 

 

 

 

Om de juiste verhoudingen te kunnen zien is het gemakkelijk om te bedenken dat de achterhand ongeveer in een vierkant moet kunnen passen.

 

 

 

 

 

 

Het hoofd
Een belangrijke functie van het hoofd, los van de essentiële zaken zoals visie, ademhaling etc. is om ervoor te zorgen dat het fungeert als een contragewicht, een pendel wanneer het paard beweegt. Het is daarom belangrijk dat het hoofd in verhouding is met de rest van het lijf. Wanneer de nek een goede verhouding heeft en het hoofd is in verhouding tot de rest van het lichaam, dan helpt dit om het lichaam in balans te houden wanneer het beweegt. De breedte van het hoofd is ook belangrijk om voldoende ruimte te kunnen bieden voor de hersenen, holtes, traankanalen en ademhalingskanalen. Ook ziet een beter evenwicht in het hoofd er mooier uit.

Goede verhouding in dit hoofd. De positie van de ogen ligt op ongeveer één derde van de afstand kruin tot neusgaten.
Hoofd wat te smal. De breedte van het hoofd van het ene oog naar het andere oog, zou ongeveer dezelfde lengte moeten hebben als de afstand van de kruin tot de horizontale lijn tussen de ogen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In een volgend artikel beschrijf ik verdere skeletstructuur en hoeken zoals de stand van de benen, de hoeven en ook meer over de bespiering

Het analyseren van de bouw van een paard gaat verder dan kijken naar raskenmerken, of geslacht. Want los van het ras zouden de verhoudingen en de balans in het paard een idee moeten geven over hoe het paard waarschijnlijk fysiek zal presteren en in theorie ook of het lang gezond kan blijven bewegen.

Nu spelen er natuurlijk heel veel andere factoren mee en is de manier van het paard houden en de training hierin een HELE belangrijke factor, dat weet ik ook uit eigen ervaring. Ook weet ik dat er uitzonderingen zijn en dat sommige paarden met mindere bouw toch heel goed presteren, maar toch is het analyseren van de bouw een goede manier om bij veel paarden de atletische capaciteiten en ‘degelijkheid’ in te schatten. Paarden zijn namelijk meester in compensatie en zullen pijn pas vaak in extreme gevallen uiten. Dit heeft Sharon May-Davis zo goed weten aan te tonen aan de hand van haar dissecties.

 

afbeeldingen en tekst gebruikt van:
– bron: http://articles.extension.org/pages/72317/judging-horses-conformation-classes
– http://extension.uga.edu/publications/detail.cfm?number=B1400

 

 

 

 

(Visited 870 times, 3 visits today)