Hoe kan ik zelf inschatten of mijn zadel past? 

Zelf is het mogelijk om een grove inschatting te maken. Echter vaak zijn ook de details belangrijk. Daarom is het verstandig om regelmatig de ligging van het zadel te laten controleren door een deskundige. Zij weten exact op detailniveau waar op te letten. 

Een eigen grove inschatting kun je eventueel krijgen met de volgende tips.
Klik hier als je een westernzadel hebt

 

Naast je paard:

  • Bekijk je paard grondig. Kijk vanaf de schoft over de lengte van de rug en naar beneden (over de schouderbladen). Check op (meer) witte haren, verdikkingen zoals bulten, warme plekken of schuurplekken
  • Voel over de lengte van de rug en let op bovenstaande punten en op gevoelige plekken, waar het paard reageert op je aanraking. Ga hiervoor met je duim en wijsvinger langs de ruggengraat van je paard vanaf de schoft over de rug.
  • Voel met je vlakke hand over de schouderbladen en vanaf de schouderbladen over de rug en let op bovenstaande punten.
  • Check de eerste 3 genoemde punten ook regelmatig na het rijden
  • Let op of je paard reageert (oren in de nek, bijten, wegdraaien etc.) wanneer je het zadel oplegt of aansingelt. Dit kan dit een teken zijn dat het niet (meer) goed ligt

 Naast je paard met zadel:

  • Leg je zadel zonder onderlegger op de rug van het paard, op de juiste plek (2 vingers achter de schouders). Vervolgens laat je de stijgbeugels naar beneden hangen. Aan de stijgbeugelriemen kun je zien of het zadel en het dieptepunt in het zadel recht ligt, naar achteren helt of voorover kiept. De stijgbeugelriemen dienen met wat ruimte langs de kniewrongen recht over het zweetblad te lopen.
  • Wanneer het zadel en het dieptepunt naar achteren helt, is het te smal en steken de zweetbladen naar voren en lijkt het of de stijgbeugelriemen schuin hangen (zie afbeelding rechts)
  • Wanneer het zadel en het dieptepunt naar voren kiept, is het te breed en steken de zweetbladen naar achteren en wanneer dit heel duidelijk is, hangen de stijgbeugelriemen zelfs over de kniewrongen.
  • Druk van bovenaf op de voorkant van het zadel, wanneer de achterkant omhoog ‘wipt’ is het zadel te breed.
  • Voel met je hand onder de kussens van het zadel en check of de kussens overal in aanraking komen met de rug
  • Bij de schoft moet er een ruimte van 3 of 4 vingers tussen de schoft en het zadel zitten, na aansingelen moet er nog steeds 2 vingers ruimte tussen zijn
  • Voel bij het schouderblad of het zadel niet er achter ‘klemt’. Het zadel moet tegen het schouderblad aanliggen en niet erop drukken. De bovenkant van het schouderblad bestaat uit kraakbeen en is erg lastig te voelen. Vaak volgt het ook niet precies de harde rand van het schouderblad, maar loopt het verder door. Hier dient ook rekening mee gehouden te worden.
  • Voel over de ribben van het paard tot aan de laatste rib (richting achterhand). Ga bij de laatste rib met je hand over de rib omhoog tot aan de ruggegraat. Het zadel mag niet op dit punt liggen. Het liefst moet het een paar vingers voor dit punt eindigen.
  • Check de eerste 3 genoemde punten ook regelmatig na het rijden

Tijdens het rijden:

  • Let op de reactie van je paard (tekenen van irritatie of pijn) en check of je paard zich kan ontspannen en goede gangen kan lopen. Het zadel kan dermate slecht liggen waardoor het paard zijn rug niet omhoog kan brengen en dus ook niet echt ontspannen kan lopen. Kijk na het rijden of het zadel bijvoorbeeld niet is verschoven.

Aan het zadel zelf: 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *