Hoe ‘zit’ het nu met de zit?

“Rijd je paard met je zit!”, “goed in balans blijven zitten”, “Volg het paard met je zit!”. Dit zijn uitspraken die menigeen wel eens van een instructeur heeft gehoord. Ik zelf in ieder geval wel :). Goed op een paard zitten wordt een stuk gemakkelijker wanneer de ‘balans’ klopt. 

De zit is de eerste hulp die we bij het rijden geven. Been- en teugelhulpen komen pas hierna. Voordat we een hulp gaan geven, dus gaan ‘produceren’ moeten we eerst ‘voelen’. Dus eerst moeten we voelen wat er onder ons gebeurd om te weten wat we moeten doen. Om goed te kunnen voelen moeten we eerst goed in balans zitten en ontspannen kunnen zitten.

 

In balans zitten

Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan en vraagt veel oefening. Volgens de theorie kunnen we in balans zitten wanneer we er continue voor kunnen zorgen dat ons zwaartepunt (wat in onze buik ter hoogte van onze navel zit) boven het zwaartepunt van het paard is.

Vanuit ons eigen zwaartepunt (dus ons midden) moeten we proberen:

  • Het bovenlichaam stil te houden en lang te maken. Het helpt om te bedenken dat er een touwtje aan ons hoofd zit wat ons als het ware omhoog trekt.
  • Het onderlichaam zwaar maken en benen laten hangen, maar mee blijven bewegen. Het helpt om je te bedenken dat je voeten de grond raken en je ‘meeloopt’ met het paard.

Verder is het belangrijk:

  • Om niet echt te zitten (zoals op een stoel) maar eigenlijk te ‘staan’ in een soort van oosterse vechthouding. Hierbij moeten je voeten altijd onder je zwaartepunt blijven (je zou feitelijk het paard onder de ruiter moeten kunnen weghalen. Zit je naar voren uit balans dan zou je op je neus vallen, zit je naar achteren dan val je op je billen) en moet je als het ware een lijn kunt trekken vanuit je voeten, naar je enkel, je heup, je elleboog, schouders en je oren.
  • De beenzetting van het paard te voelen. De heupen van het paard bewegen onze heupen. Wanneer het paard bijvoorbeeld zijn linkerachterbeen neerzet, gaat onze linkerheup omhoog. Tilt het paard zijn linkerachterbeen op, dan gaat onze linkerheup naar beneden. Zo kun je de beenzetting van de achterbenen voelen en weet je wanneer het paard zijn been in de lucht heeft of op de grond.
  • De beenzetting van het paard is ook te voelen aan zijn buik. Zodra het linkerachterbeen naar voren wordt gebracht zwaait de buik van het paard naar rechts en andersom. Wanneer je benen ontspannen zijn, kun je de buik voelen schommelen.
  • Om mee te zitten met de buiging van het paard. Als je paard lengtebuiging heeft naar links, moet je ervoor zorgen dat:
    * je dezelfde buiging in je lijft hebt als het paard en je schouders en heupen gelijk blijven met de schouders en heupen van het paard (Wanneer je zelf een rondje loopt merk je dat je schouder en heup vanzelf naar binnen draait)
    * je meer op je binnenzitbeenknobbel zit. Doe je dit niet en zit je teveel op je buitenzitbeenknobbel dan kan het paard zijn rugspieren niet lang maken en kan hij niet goed inbuigen.
  • Om een goed zadel te hebben wat ook de ruiter past en waardoor het mogelijk is om in balans te zitten.

Hierbij een filmpje ter verduidelijking

Hierbij nog een filmpje ter verduidelijking (vanaf 4.20 min. Ook over de zit van de ruiter)

Een interessant boek met oefeningen over het versoepelen en in balans brengen van je lichaam is van de auteur: Eckart Meyners in het Duits ‘Das Bewegungsgefühl des Reiters’ (ook in het Engels)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *