Wat is lengtebuiging? en waarom is het belangrijk?

Lengtebuiging is de gelijkmatige zijdelingse beweging vanaf de eerste halswervel tot aan de staartwervels (dus de hele wervelkolom). Een goede lengtebuiging is heel belangrijk om het paard goed en verantwoord te kunnen laten bewegen.

Maar doordat het paard van nature scheef is – aan de ene zijde van zijn lichaam zijn de spieren sterk, stijf en kort en aan de andere zijde juist slap, soepel en lang –  kan het paard niet meteen vanzelf een goede lengtebuiging aannemen. 

Zonder goede lengtebuiging valt het paard over zijn schouders en kan het zijn achterbenen niet goed onder zijn zwaartepunt brengen want daar is het paard qua spieren niet soepel genoeg voor.

De Lengtebuiging in onderdelen

Los van de spieren die misschien niet helemaal meewerken aan de juiste lengtebuiging, kunnen ook niet alle delen van het lichaam evenveel inbuigen, dit heeft te maken met het skelet en de diverse wervels van het paard.

Halswervels

De zeven halswervels zijn het meest bewegelijke onderdeel, waarbij de eerste twee halswervels (Atlas en draaier) zorgen voor de ‘stelling’ (wanneer we het hoofd naar links of rechts vragen en het paard daarbij alleen de eerste twee halswervels gebruikt, plaatselijke buiging dus)

De 3e, 4e en 5e halswervels zorgen voor de verdere buiging van de hals zodat het paard zich bijvoorbeeld ook met zijn tanden aan zijn buik kan krabben.

Borstwervels

De 17-19 borstwervels (verschilt per ras) zijn veel minder beweeglijk. De eerste 8 ribben zitten namelijk aan de bovenkant vast aan de borstwervels en aan de onderkant aan het borstbeen, hierdoor is er in dit gebied geen buiging mogelijk. De verdere wervels en ribben kunnen wel wat zijwaarts draaien, maar niet heel veel. Wordt bijvoorbeeld een buiging naar links gevraagd, dan schuiven de ribben aan de linkerkant meer tegen elkaar aan en aan de rechterkant schuiven ze wat open, waardoor er wat meer ruimte tussen ontstaat (maximaal 2 a 3 cm).

Lendenwervels

De 6 lendenwervels (uitzondering bij sommige rassen, 5) zijn wel weer beweeglijk, omdat deze wervels aan de onderkant geen verbindingen hebben en dus alleen aan de bovenkant vastzitten.

Hierdoor kan een paard bijvoorbeeld de Travers uitvoeren.

 

Kruiswervels

De kruiswervels (5) zijn vergroeit zijn met het heiligbeen en daardoor niet beweeglijk en dus ook niet te buigen, maar ze zijn wel belangrijk bij de verzameling omdat het de verbinding vormt met de achterbenen. Ook wordt door deze wervels de ‘schwung’ vanuit de achterhand overgebracht op de wervelkolom en kan het bekken hierdoor kantelen bij de verzameling.


Staartwervels

De 15-22 staartwervels (verschilt per ras) vormen de staartwortel en omdat deze een beweeglijk uiteinde vormen van de wervelkolom, geven de staartwervels en dus de staart aan in welke lengtebuiging het paard beweegt. Buigt het paard naar links, dan hoort de staart wat naar links te hangen en omgekeerd voor rechts.


Zichtbare lengtebuiging

De lengtebuiging die je ziet bij het paard komt dus voor een groot deel door de buiging die te zien is in de hals en in de overgang tussen de laatste borstwervels met de lendenwervels en de overgang daarvan naar de kruiswervels.


Zie ook:

– Stappenplan Gymnastiseren
– Waarom gebruik maken van een kaptoom?
– Ik wil mijn paard ‘Rechtrichten’, maar hoe begin ik?

(Visited 1.041 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *