Over de galop (overgangen)

Voordat er gewerkt wordt aan overgangen in galop, is het heel belangrijk om eerst en vooral een voorwaartse, ritmische galop bevestigd te hebben bij het paard.

 

Is deze op die manier nog niet bevestigd,  dan kan het zijn dat het paard niet graag aanspringt in galop en ook niet graag overgangen maakt in galop. Dit kan weer leiden tot naar voren schieten in de overgangen, in de verkeerde galop of overkruist aanspringen.

(Dit is een vrije vertaling van een deel van het artikel van Manolo Mendez: http://www.manolomendezdressage.com/wp/wp-content/uploads/Balance-Rhythm-and-Suppleness-The-Importance-of-Training-Transitions-in-Dressage.pdf)

 

Niet te langzaam….

De instinctieve reactie van veel ruiters is om een jong paard te langzaam te laten lopen in galop. Dit vaak omdat ze bang zijn dat het paard wat onbalans heeft, het paard teveel willen controleren of erger nog, denken dat een langzame galop verzameling betekent. Het is eerder tegengesteld. Wanneer het paard gestimuleerd wordt om een voorwaartse galop aan te nemen met een goed natuurlijk ritme, zal het ook sneller zijn evenwicht vinden.

 

Houdt een flexibel, licht contact

Om rechtheid in het paard te ontwikkelen (we spreken van rechtheid wanneer het paard zoveel mogelijk gelijkmatig gebruikt maakt van beiden zijden van zijn lichaam), rijdt altijd met gelijk contact op beide teugels, houdt de nek van het paard recht voor je, een beetje voorwaarts- neerwaarts met de neus voor de loodlijn. Volg altijd het hoofd van het paard met je handen. Probeer niet het hoofd van het paard vast te houden of een te sterk contact te gebruiken en de nek van het paard kunstmatig te laten ronden. Paarden moeten het hoofd vrij kunnen bewegen in de galop om daarmee de balans te kunnen houden, dit is vooral heel belangrijk voor jonge paarden.

Wanneer het contact te sterk is, kun je dit herkennen want het paard zal, wat ik noem, een ‘hammer head’ ontwikkelen en zijn hoeven zul je hard horen landen. Het blokkeren van het paard zijn lichaam op deze manier, maakt het paard stijf in de rug en kan leiden tot gewricht- en peesproblemen.

Als je paard de neiging heeft om te versnellen in de galop, vertraag hem een beetje, vooral in de hoeken zodat hij niet zijn lichaam de verkeerde kant op buigt. Laat het paard nooit continue in een langzame galop lopen, want hiermee zal de ruggengraat langzaam maar zeker geblokkeerd raken. Het lumbale-sacrale gewricht zal als eerste blokkeren en daarna de rest. Hierdoor neemt ook de kans op knie- en hakproblemen toe. Het is beter om in galop op sommige momenten wat meer voorwaarts te vragen zodat het paard flexibel blijft in zijn lichaam en in een mooie balans kan blijven.

 

Overgang van draf naar galop

Wanneer het paard te hard draaft en als het ware wat weg rent van de ruiter, zal de nek teveel omhoog komen, de rug wordt hol en zal hij waarschijnlijk aanspringen in de verkeerde galop. Staan we toe dat het paard op deze manier versnelt en de overgang naar galop maakt, dan zal de galop ook erg stijf zijn. Een paard wat dit zo doet is verward en gespannen en we kunnen daarbij concluderen dat er wat mist in de training.

Als we ervoor zorgen dat de basis goed bevestigd is voordat we een jong paard vragen om te galopperen, zal het paard ook niet in de verkeerde galop aanspringen. We wachten tot het paard comfortabele en ritmische passen in draf laat zien. We vragen niet te snel de galop, we haasten niet en forceren niks.

We laten het paard het zelf regelen en in de tussentijd zorgen we ervoor dat we zelf ook alles goed geregeld hebben. Check je eigen houding, zorg ervoor dat je duidelijke hulpen gebruikt en rijd met een soepel en flexibel lichaam in plaats van met een stijf en onbuigzaam lijf. Zodat als we dan de galop vragen, ons paard ook gemakkelijk begrijpt wat we willen.
We vragen de galop met de juiste signalen en we gebruiken onze benen en handen op een zachte en vriendelijke manier.

Sommige paarden hebben het nodig om vanuit een wat meer voorwaartse draf aan te galopperen. Terwijl andere paarden het gemakkelijker vinden om aan te galopperen vanuit het standaard tempo in draf. Als je het paard goed kent, dan zul je vanzelf uitvinden wat het beste werkt.

 

Verkeerde galop

Als het paard toch in de verkeerde galop aanspringt, vraag het paard dan niet meteen terug in draf en corrigeer het niet met stem of teugels, dit verwart hem alleen nog maar meer. Beter is het om het paard even toch nog wat te laten galopperen en dan rustig terug te brengen in draf. Zodra de draf weer rustig is en met ritmische passen en het paard weer ontspannen loopt en niet meer denkt aan galopperen, vraag je het paard opnieuw aan te galopperen.

Blijft het paard toch galopperen in de verkeerde galop, vraag dan niet meer te galopperen. Stop en analyseer de situatie. Was de draf voorwaarts en genoeg in balans? Had je de teugels op de juiste lengte en niet te kort? Was het paard ontspannen? Waren de hulpen wel correct en duidelijk genoeg? Of had het paard het misschien toch niet helemaal begrepen?

Sommige jongen paarden hebben een voorkeur voor galopperen op één hand. Soms is het voor het paard niet mogelijk om te galopperen op de andere hand omdat ze bijvoorbeeld pijn hebben, of de ruiter wat verdraaid zit en teveel op één kant leunt. Of omdat ze zelf gewoon nog teveel in onbalans zijn. Maar met langzame en progressieve training zou je dit eigenlijk niet tegen kunnen komen. Tegen de tijd dat het jonge paard gevraagd wordt om te galopperen, zou het geen probleem moeten zijn. Hij zou feitelijk gewoon correct moeten galopperen. Doet hij dit niet, dan moet je terug naar de basis. Een paar stappen of volledig, om het probleem te vinden en het onbegrip bij het paard op te lossen.

Wanneer het paard eenmaal zelfverzekerd en in balans is in zijn overgangen, kunnen we deze ook af en toe oefenen op de rechte lijn.