Basisoefening 3 – Wijken voor beweging/Driving game

In deze oefening leert het paard te wijken voor beweging op een suggestie en zonder ‘aanraking’ (zoals in Basisoefening 2). Hierdoor kun je het paard uiteindelijk ook vanaf een afstand sturen, bijvoorbeeld naar een obstakel/hindernis etc. toe. Maar ook voor het longeren en werk aan de hand (zie Gymnastiseren) is het erg handig als je paard deze oefening beheerst.

Bij het aanleren begin je dichtbij het paard en net als bij de vorige oefening kun je het paard leren om een wending om de voor- en achterhand te maken, maar ook om achterwaarts en zijwaarts te gaan. Uiteindelijk is het ook mogelijk om het paard voorwaarts naar je toe te laten bewegen (‘draw’).


Simpel aan te leren

Van nature beweegt het paard meestal snel weg van bewegende objecten of ritmische druk. Dat maakt dat deze oefening meestal gemakkelijk aan te leren is.
Reageert het paard de eerste keer wat heftig door weg te willen vluchten in plaats van kalm te wijken, blijf dan rustig en aai hem tot je signalen van ontspanning ziet. Ben niet te kritisch in het begin, vraag niet te veel en wissel veel af met Basisoefening 1 – Vertrouwen opbouwen/Friendly game. Het paard zal op die manier snel leren niet bang te zijn en met vertrouwen van je af te bewegen.

Onderling maken paarden hier ook gebruik van. Het paard wat hoger in de hierarchie staat geeft vaak alleen een indringende blik of een zwiep met de staart om andere paarden van zich weg te jagen. Door genoeg oefening zal je paard door dit spelletje net zo gemakkelijk van jou leren weg bewegen.

! Let op: omdat deze oefening meestal gemakkelijk te leren is aan het paard, moet je er voor oppassen dat je Basisoefening 2 – Wijken voor aanraking/porcupine game ook genoeg blijft gebruiken.
Het is de bedoeling dat jij en het paard alle 7 Basisoefeningen even goed (in de juiste volgorde) leren beheersen. Iedere oefening dient een belangrijk doel. Je kunt het vergelijken met het alfabet. Wanneer je alle letters beheerst, kun je pas beginnen met het maken van woorden en later zinnen.


Belangrijke principes

 

Principe 1: de indringende blik en houding

Kijkend naar de onderlinge omgang van paarden, wanneer een paard een ander paard uit zijn ruimte drijft, kun je zien dat het dominante paard energie opbouwt in zijn lijf, zijn oren naar achteren doet en van het andere paard ‘eist’ dat het aan de kant gaat. Zijn houding, intentie en lichaamstaal zijn heel duidelijk – GA UIT MIJN WEG, voordat ik je bijt of trap. Dit alleen zorgt er meestal voor dat het andere paard beweegt, zo niet, dan voert het dominante paard de ‘fases’ op en gebruik hij meer dreiging en wanneer nodig zijn tanden of hoeven. Consequent doorgaan wanneer nodig tot de laatste ‘fase’ maakt uiteindelijk de eerste fase effectiever. Door het vragen in fases leert het paard sneller te reageren met minder, dan later met meer.

Wij dienen op dezelfde manier uit onze blik en houding te laten blijken dat we willen dat het paard gaat bewegen.


Principe 2: Ritme

Het ritme wat je voor deze oefening gaat gebruiken op het paard is een beetje te vergelijken met het ritme van Indiase trommels. Het gaat in groepjes van 4 beats: BOOM boom boom boom… BOOM boom boom boom… Dit ritme leert je paard snel herkennen en te begrijpen zonder er angst voor te hebben.


Principe 3
: Release

Zodra het paard probeert te doen (vooral in de aanleerfase) of doet wat je vraagt, dan geef je ‘release’.
Bij deze oefening houdt de release in dat je stopt met je drijvende houding (het wegnemen van de druk/beweging), je zelf ontspant én daarbij het paard beloont met stem, eventueel voedselbeloning of aaien (op dezelfde plek/gebied waar je eerder de druk hebt toegepast).
* Sommige paarden houden niet van aaien (let op de lichaamstaal), dan is het beter om niets te doen en eventueel later te aaien.

Doe je dit consequent op het juiste moment dan leert het paard goed te reageren op wat je vraagt.
Het is niet de druk die leert wijken, maar het weghalen van de druk. Hierdoor weet het paard dat hij juist gereageerd heeft, wat vervolgens nog extra door jou bevestigd wordt met een beloning.


4 Fases

Er zijn 4 fases om druk mee uit te oefenen. Fase 1 is zo licht mogelijk, fase 4 is wat nodig is om effectief te zijn. Fase 2 en 3 zitten er tussen in. Fases zijn het allerbelangrijkste om streng, maar rechtvaardig en toch vriendelijk, duidelijk en effectief te zijn in je communicatie.

Hieronder een voorbeeld om deze oefening toe te passen met het gebruik van de fases en je paard zijn achterhand te laten wegdraaien:

In verband met eventueel trappen van het paard kun je dit het beste oefenen met de ‘stick’. Voordat je begint zorg je ervoor dat je het hoofd van het paard een klein beetje naar je toe haalt. Houd het touw gewoon losjes, maar de lengte van het touw zodanig zodat het hoofd een beetje naar je toe blijft. Trek niet aan het touw zodra je gaat bewegen.

  • Fase 1: Loop in een wijde boog langzaam richting de staart van het paard (dus niet recht langs het paard af, want dan begrijpt hij je waarschijnlijk niet)
  • Fase 2: Tik met de stick op de grond met het ritme (BOOM boom boom boom… etc) net alsof je een blinde met een stok nadoet.
  • Fase 3: Ga niet te dichtbij naar het paard en houd het ritme hetzelfde (dus niet sneller) en bouw de intensiteit op. Dus harder tikken ipv sneller.
  • Fase 4: Wanneer het paard niet beweegt gebruik dan de stick door het paard met de stick te tikken op zijn achterhand in het ritme. Ben duidelijk in welke zone je wil dat er beweging komt. Kijk ook naar deze plek in plaats van in de ogen van het paard. Zodra het paard wegbeweegt –Release!

Als het niet meteen lukt, blijf rustig en kalm. Ga langzamer en blijf doorzetten in de juiste positie. Op een gegeven moment zal het paard dan toch begrijpen wat je bedoelt en doen wat je vraagt.


Tips bij het gebruik van de fases
  • Tijdens de fases dient je ritme niet te stoppen of te veranderen. Het enige dat je veranderd is de intensiteit.
  • Op het moment dat je paard een stap of minder beweegt, release (stop, onspan, lach en beloon)
  • Geef je paard een moment om na te denken als hij het juiste doet, je kunt zelfs even wachten tot hij zijn lippen likt.
  • Begin altijd bij fase 1. In het begin kun je ongeveer 3 seconden tussen de fases hanteren voordat je verder gaat met de volgende fase. Let op! Fase 4 moet altijd effectief zijn.
  • Het geheim van de fases is om ze allemaal te gebruiken. Als het moet gebruik fase 4 en ben effectief, zo niet dan wordt je paard defensief en ongevoelig. Om je paard licht en reactief te krijgen, moet je eerst ook echt licht zijn, dus begin echt bij fase 1. Als je het goed doet en fase 4 effectief gebruikt, hoef je deze fase ook maar een paar keer te gebruiken. Je paard zal leren ruim voor fase 4 al te reageren.
  • Des te beter jij wordt in het gebruik van de fases, des te beter het paard gewillig en positief zal reageren

Nog een oefening

Je kunt beginnen met het bovenstaande en als dit vrij soepel gaat kun je verder met de volgende oefening, het laten draaien van de voorhand.
Ga hiervoor bij het paard zijn nek staan, vlakbij de schouder. Pak de stick in je hand en strek deze voor je uit. Draai nu het uiteinde van de stick bij de neus van je paard in het ritme. Bouw de fases op en bij fase 3 laat je de stick niet meer in de lucht draaien, maar tegen zijn neus, ga eventueel nog verder door fase 4 te gebruiken en blijf volhouden tot het paard een beetje beweegt. Doe het stap voor stap. Steeds wat meer. Uiteindelijk oefen je een volledig (360 graden) cirkel.


Tegenovergestelde reflex

De tegenovergestelde reflex is een defensieve reactie van het paard wanneer deze tegen druk in duwt in plaats van ervoor wijkt. Het is belangrijk te beseffen dat dit geen ongehoorzaamheid is, het kan een ‘right brained’ (angst) instinctieve reactie zijn of een ‘left brained’ (dominante) reactie zijn. Een paard wat bijt of trapt wanneer je begint met oefenen, reageert met een tegenovergestelde reflex. Het ergste wat je op dat moment kunt doen is hem hiervoor straffen of de druk verminderen of weghalen. Als je niet direct jezelf in een benarde positie brengt, blijf dan de druk opvoeren tot je een positieve reactie krijgt. Doe je dit niet, dan leer je het paard op een onjuiste manier te reageren op druk.

Gaandeweg leer je steeds beter de signalen herkennen van angst of dominantie bij het paard en kun je hier beter op reageren. Zie: Paardengedrag leren herkennen.

Het is belangrijk om te blijven doorzetten in de juiste positie, blijf je druk behouden in welke fase dan ook, tot het paard het uitgedacht heeft en weet hoe hij moet handelen. Op het moment dat het ongewenste gedrag stopt, release. Begin vervolgens weer bij fase 1 etc. en blijf dit herhalen tot het paard positief leert reageren.

Legt je paard zijn oren in zijn nek? Dan kan het zijn dat hij je nog niet het respect geeft, maar vaak is het omdat je te veel vraagt en te snel bent met je fases. Probeer het langzamer en ben blij met elke vooruitgang. Oefen het niet te lang, het moet niet op ‘werk’ gaan lijken J.

Gebruik bij voorkeur (vooral in de aanleerfase) goed grondwerkmateriaal, zoals dikke kwaliteit touwen en een stick (harde kunststof stok). Het maakt het een stuk veiliger.


Meer info

Ondanks de bovenstaande lap tekst is er nog véél meer wat interessant is om te weten over deze basisoefening. Heldere uitleg ook met beeld vind je via de dvd’s van Parelli.

Zie ook:

– Basisoefening 1 – Vertrouwen opbouwen/Friendly game
– Basisoefening 2 – Wijken voor aanraking/Porcupine game
– Basisoefening 4 – Voorwaarts-Achterwaarts/Yo-Yo game
– Basisoefening 5 – Volte/Circling game
– Basisoefening 6 – Zijwaarts/Sideways game
– Basisoefening 7 – Omgang angst/Squeeze game

(Visited 617 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *